De Historie van de XK
Al tijdens de Tweede Wereldoorlog bedacht Jaguar het concept van een sedan, die de magische grens van 100 mijl per uur zou kunnen overtreffen. Deze sedan zou worden aangedreven door een 3,4-liter zescilindermotor met twee bovenliggende nokkenassen. Pas in 1951 was de sedan, de Mark VII, te koop, maar de van dit concept afgeleidde Jaguar
XK 120 kon reeds in 1948 op de Motor Show bewonderd worden.
De Jaguar XK 120 werd vernoemd naar zijn beoogde topsnelheid: 120 mijl of wel 193 kilometer per uur. De Jaguar XK 120 was een roadster en werd vormgegeven door William Lyons. Het chassis van de sportwagen werd afgeleid van de Mark V sedan. Jaguar had met de Jaguar XK 120 een sterke troef in handen. Bijna de hele productie werd geëxporteerd naar de Verenigde Staten van Amerika. Pas in 1950 was het model ook in Engeland verkrijgbaar. De eerste 240 XK's werden gebouwd uit een traditioneel koetswerk uit hout en aluminium. Later was het koetswerk geheel uit staal opgetrokken. Het bestaande model was leverbaar in verschillende uitvoeringen, want naast de roadster verscheen in 1951 een elegante gesloten coupé en in 1953 een drophead coupé.
In 1954 paste Jaguar een facelift toe op de XK 120. De nieuwe
XK 140 kreeg bredere bumpers, een grovere grille en uiteraard gaf Jaguar uiting aan haar racewagensuccessen door de plaatsing van een medaillon op het kofferdeksel.
In het voorjaar van 1957 werd de XK 140 opgevolgd door de
XK 150. Dit model kreeg een grotere gril en schijfremmen en werd ook geleverd in een snellere S-versie, waarin een uit de racerij afkomstige cilinderkop met rechte poorten werd gemonteerd. De snelste versie, met een 3,8-litermotor, behaalde een snelheid van 217 km per uur. De productie van de Jaguar XK 150 werd in 1961 stilgelegd. In totaal werden 30.357 XK's gefabriceerd.
Bron:
www.autogeschiedenis.com
{adres}